Video insluiten

2483-00293 De Ploeg 1918-1928 Duits ondertiteld. Commentaarstemmen. Master 1918-1928


Lengte: 00:52:34:00
Video insluiten

2483-00293 De Ploeg 1918-1928 Duits ondertiteld. Commentaarstemmen. Master
, 1918-1928


Lengte: 00:52:34:00

26 fragmenten uit 2483-00293

Fragment 14 van 26 - 2483-0029300:23:15:00 - 00:27:07:00

Doordat hij in financiële problemen is geraakt, ziet Werkman zich in 1922 genoodzaakt zijn drukkerij in sterk afgeslankte vorm te verplaatsen naar een pakhuis aan het Lage der A. …

Doordat hij in financiële problemen is geraakt, ziet Werkman zich in 1922 genoodzaakt zijn drukkerij in sterk afgeslankte vorm te verplaatsen naar een pakhuis aan het Lage der A. Hier zal hij zijn typografische talent verder ontwikkelen met behulp van een nieuwe toepassing van het zetmateriaal uit zijn letterkast. Dit wordt zichtbaar gemaakt met zwart-wit beelden van de originele pers van Werkman. Elementen uit de onmiddellijke omgeving inspireren hem tot wat later “druksels” worden genoemd. Het uitzicht vanuit zijn drukkerij blijkt voor hem, evenals voor mede-Ploegleden als Jan Altink, een dankbare inspiratiebron, niet alleen voor zijn druksels, maar ook voor zijn schilderijen. Werkman, die zich kritisch opstelt ten opzichte van het maatschappelijk gebeuren, bespeurt binnen De Ploeg een zekere mate van conservatisme. Hij besluit hiertegen actie te ondernemen met een waarschuwend pamflet “Het violette jaargetijde”. Hij roept de leden hierin op tot medewerking. Er verschijnt een geschrift onder de naam “The next call”. Werkman zal in de loop der jaren negen afleveringen uitbrengen. Voortdurend tracht Werkman de Ploeg in zijn geschriften alert te houden. Al in de eerste nummers krijgt hij medewerking van geestverwanten als Jan Wiegers en de jonge architect Job Hansen, die relaties onderhoudt met De Ploeg als auteur van avant-gardistische teksten. Hansen is hierin verwant aan Werkman die experimenteert met dadaďstische klankdichten en teksten. Na verloop van tijd neemt de medewerking uit de kunstkring af. Werkman komt alleen te staan en raakt in een isolement. Hij intensiveert zijn contacten met geestverwanten in het buitenland. De laatste Ploegleden die een bijdrage leveren aan The next call zijn Wobbe Alkema en Jan van der Zee, die op dat moment, evenals Werkman, vooral in België waardering vinden.

Fragment 25 van 26 - 2483-0029300:49:07:00 - 00:51:09:00

Aan het eind van 1926 verschijnt Werkmans laatste Next Call. Nogmaals roept hij op te strijden tegen het dogma der traditie. Die oproep heeft tot gevolg dat De Ploeg in 1927 beslui…

Aan het eind van 1926 verschijnt Werkmans laatste Next Call. Nogmaals roept hij op te strijden tegen het dogma der traditie. Die oproep heeft tot gevolg dat De Ploeg in 1927 besluit een propagandaboek te maken. De Ploegleden hebben het gevoel dat Groningen te klein is geworden en willen hun werk tot over de grenzen onder de aandacht brengen. Besloten wordt daarom de tekst in het Duits te stellen. Ondanks hun inspanningen blijft respons echter uit. Toch besluit de vereniging in 1928 haar jubileumtentoonstelling (28 october tot 11 november 1928 in het Groninger Museum) door te laten gaan en wel in een van de zalen van het Groninger Museum. Een negental leden, de overgebleven vooruitstrevende kern van de kunstkring, exposeren hier hun werk. Met de jubileumtentoonstelling werd een periode afgesloten van een gezamenlijk gevoelde vernieuwingsdrang, een periode, waarin de moderne kunst een doorbraak beleefde. Na 1928 neemt de betekenis van De Ploeg als brandhaard van vernieuwing af. De afzonderlijke kunstenaars slaan eigen wegen in. Alleen Werkman blijkt in staat zich tegen de geest van de tijd in artistiek te vernieuwen. De Ploeg 1918 – 1928. De intensiteit waarmee Ploegers zoals Wiegers, Altink en Werkman gedurende deze jaren de geest van het nieuwe beleefden en aangrepen om tot wezenlijke veranderingen te komen, de wijze waarop ze moderne vormen wisten toe te passen in een sterke verbondenheid met de stad en de ommelanden, daarin schuilt de belangrijke bijdrage die De Ploeg leverde aan de moderne kunst in Nederland.