Video insluitenKopiëren2483-00190 Marten Klompien Leven voor de kunst 1987 ruw materiaal 1987Lengte: 00:22:05:00Video insluitenKopiëren2483-00190 Marten Klompien Leven voor de kunst 1987 ruw materiaal, 1987Lengte: 00:22:05:006 fragmenten uit 2483-00190Fragment 1 van 6 - 2483-0019000:00:56:00 - 00:05:03:00Klompien zit in zijn huisje aan de Turfstraat. Interviewer: Rob Engelsman. Klompien schilderde altijd expressionistisch, maar ging in de jaren 70 plotseling over naar een stil…Klompien zit in zijn huisje aan de Turfstraat. Interviewer: Rob Engelsman. Klompien schilderde altijd expressionistisch, maar ging in de jaren 70 plotseling over naar een stilistische stijl. Hij was geen man die in protestmarsen liep en probeerde door middel van zijn schilderkunst zijn vorm van protest zichtbaar te maken. Dit resulteerde in schilderijen van flatgebouwen, enorme betonkolossen, die het hele doek domineerden en waar soms nog een klein vogeltje zichtbaar was. Dit was zijn gestileerde periode. Voorafgaande aan deze periode gingen een aantal linosneden, die dicht bij de abstractie kwamen. Scholing heeft Klompien altijd erg belangrijk gevonden. In het begin schilderde hij zeer gedetailleerd.Fragment 2 van 6 - 2483-0019000:05:03:00 - 00:08:24:00Klompien heeft een grote neiging tot abstractie. Maar hij voelt zich toch altijd nog een figuratief schilder. Hij begon zeer gedetailleerd, werd vervolgens impressionistisch, daarn…Klompien heeft een grote neiging tot abstractie. Maar hij voelt zich toch altijd nog een figuratief schilder. Hij begon zeer gedetailleerd, werd vervolgens impressionistisch, daarna expressionistisch, daarna stilistisch. Op die stilistische periode raakte hij uitgekeken. Hij verloochent die niet, maar hij heeft er toch afstand van genomen.Fragment 3 van 6 - 2483-0019000:08:24:00 - 00:10:14:00Halverwege de jaren 60 begon de compositie in zijn schilderijen een belangrijke rol te spelen. Het waren veelal stadsgezichten en landschappen in donkere tinten.…Halverwege de jaren 60 begon de compositie in zijn schilderijen een belangrijke rol te spelen. Het waren veelal stadsgezichten en landschappen in donkere tinten.Fragment 4 van 6 - 2483-0019000:10:14:00 - 00:10:43:00In de jaren 70 werd het huwelijk van Klompien ontbonden. Hij sluit zelf niet uit dat dit met de stilistische periode in zijn werk iets te maken heeft.…In de jaren 70 werd het huwelijk van Klompien ontbonden. Hij sluit zelf niet uit dat dit met de stilistische periode in zijn werk iets te maken heeft.Fragment 5 van 6 - 2483-0019000:10:43:00 - 00:13:24:00In de Napoleontische tijd bestonden er zgn. sarrieshutten. Dit waren hutten waar de belastinginners woonden. Je vond ze vaak bij een molen. In Niehove kocht Klompien een sarrieshut…In de Napoleontische tijd bestonden er zgn. sarrieshutten. Dit waren hutten waar de belastinginners woonden. Je vond ze vaak bij een molen. In Niehove kocht Klompien een sarrieshut, die hij als atelier gebruikte. Hij restaureerde de sarrieshut eigenhandig. Enkele jaren na zijn scheiding verkocht hij de sarrieshut met pijn in het hart. Zoals hij al vreesde ging al zijn restauratiewerk verloren. Klompien bleek achteraf toch meer een stadsmens dan een plattelandsmens te zijn.Fragment 6 van 6 - 2483-0019000:13:24:00 - 00:22:05:00Na zijn stilistische periode pakt hij de oude draad weer op. Ondanks het feit dat hij een figuratieve schilder is, probeert hij met zo weinig mogelijk middelen zijn verhaal te vert…Na zijn stilistische periode pakt hij de oude draad weer op. Ondanks het feit dat hij een figuratieve schilder is, probeert hij met zo weinig mogelijk middelen zijn verhaal te vertellen en al zoekend de essentie van de dingen te doorgronden. Dat grenst vaak aan de abstractie. Klompien hield niet van veranderingen in het stadsbeeld. Daarom schilderde hij stadsgezichten op basis van soms lang geleden gemaakte tekeningen. Zo kon het voorkomen dat een toeschouwer van een schilderij uit 1986 in verwarring gebracht werd. Wat er in Groningen na 1945 veranderd is, vindt Klompien zeer triest. Vooral wat men in eigen hand had en niet was toe te schrijven aan vernieling door oorlogshandelingen. Hij geeft een voorbeeld van het Groninger Goudkantoor en het Stadhuis met zijn luchtbrug. Klompien gruwt ervan. (Inmiddels is dit stadhuis afgebroken). Klompien kan een hele waslijst opnoemen van ergernissen op stedebouwkundig gebied, maar daar zal hij ons niet mee vervelen. Wat hem wel bevalt, is de renovatie van de pakhuizen aan het Hoge en Lage der A.