Video insluiten

2483-00135 Jong in Groningen 3 1945-1975 1945-1975


Lengte: 03:41:39:00
Video insluiten

2483-00135 Jong in Groningen 3 1945-1975
, 1945-1975


Lengte: 03:41:39:00

49 fragmenten uit 2483-00135

Fragment 18 van 49 - 2483-0013503:11:55:00 - 03:13:28:00

“Maar los daarvan, waarom heeft-ie eigenlijk bedacht dat het handen zouden moeten zijn?” Japien: “Nou, hij had ook moeite… De menorah moest erin, dat was dus de opdracht. Wat-…

“Maar los daarvan, waarom heeft-ie eigenlijk bedacht dat het handen zouden moeten zijn?” Japien: “Nou, hij had ook moeite… De menorah moest erin, dat was dus de opdracht. Wat-ie zou maken dat was niet, eh… Het enige wat er gesteld werd, was: de menorah moest erin. En dat heeft-ie dus wel gezocht om daar een mogelijkheid voor te vinden.En hij heeft allerlei tekeningen gemaakt en toen zag die op een dag een Pools tijdschrift en daar stond een menorah in en de vlammetjes boven die… al die zeven kandelaars waren in de vorm van handjes.” Henk: “Och…” Japien: “Ja.” Henk: “En dat is de oorzaak...” Japien: “Ja, en toen dacht-ie opeens: hee, handen! Wat gebeurde er in de oorlog? Mensen moesten allemaal met de handen omhoog lopen en…toen ze dus weggevoerd werden, dat was ook een dramatisch iets en dat heeft-ie er dus in proberen te laten zien.” Henk: “Bijzonder, dan… Volgens mij weet niemand dat.” Japien: “Nee, dat weet niemand. En dat tijdschrift heeft Martin Tissing misschien, want die had geloof ik dat tijdschrift en misschien weet die het nog. Maar die heeft het ook vergeten dat het de bedoeling was… of dat dat hetgene was waardoor Edu dus geďnspireerd was om het op deze manier tedoen.” Henk: “Maar het wonderlijke… de menorah zit er nog steeds in, maar die zit nou in de hand.” Japien: “Ja, het is dus helemaal weer op Edu’s manier vertaald. Ja.”

Fragment 46 van 49 - 2483-0013503:36:59:00 - 03:38:35:00

Locatie: café De Sigaar. Take 1. Henk van Os en Koos Huizinga zitten aan tafel in café De Sigaar. Koos: “Die kwamen in ’72.” Henk: “Ik wou zeggen, dat was vlak daarna.”…

Locatie: café De Sigaar. Take 1. Henk van Os en Koos Huizinga zitten aan tafel in café De Sigaar. Koos: “Die kwamen in ’72.” Henk: “Ik wou zeggen, dat was vlak daarna.” Koos: “Ja.” Henk: “Ik ben zo nieuwsgierig: al die café’s, waar die kunstenaars kwamen, niet allemaal, maar bijna allemaal, daar ben je de eigenaar van geweest? “ Koos: “Ja.” Henk: “Okay, Vlaamsche Reus, ’59.” Koos: “’69”. Henk: “69, ja.” Koos: “69. Drie Gezuster: ’72. Blauwe Engel: ’75. Wolthoorn: ’80.” Henk: “De Wolthoorn, die bestond al, toch?” Koos: “Het enige bestaande café wat ik heb overgenomen. En daarmee nam je ook een gigantisch mooie erfenis weer over van zij, die het gebruikt hadden, zij die er niet meer waren. En dat is ook een mooie akker om weer op te ploegen en te zaaien.” Henk: “Zo is het.” Koos: “Maar de andere cafés waren allemaal kersvers. Splinternieuw, zoals dat heet. Alleen nieuw is nog steeds iets wat... waar ik altijd bang voor ben geweest. Dus het moest altijd lookalike… het moest wel direct de leeftijd hebben.” Henk: “Het moest paté hebben.” Koos verbetert: “Patin”. Henk: “O, ja. Paté is wat je eet. Patina…” Koos: “En ik zorg er ook altijd voor dat er goed gegeten en gedronken werd.” Henk: “Ja, dat is zo.” Koos: “En dan vooral, ja, nou ja, wat ik altijd zeg: een groot zwak voor mijn klanten had. En vooral als ze zo gek als een deur waren.” Henk: “En dat was een wederzijds genoegen? “ Koos: “Dat was wederzijds, ja.”

Fragment 49 van 49 - 2483-0013503:40:20:00 - 03:41:39:00

Henk: “Wat was dat?” Koos: “Dat was ook een firmaatje die wij hadden. Olga moest er ook altijd bij anders voelde ik me… Het was ook een werkplaats, waarin je dagelijks verkeer…

Henk: “Wat was dat?” Koos: “Dat was ook een firmaatje die wij hadden. Olga moest er ook altijd bij anders voelde ik me… Het was ook een werkplaats, waarin je dagelijks verkeerde. En Olga hoorde daar bij. Dat was mijn zekerheid in het exploiteren van de ruimte.” Henk: “En Olga betekende: Olga zelf en Olga’s schilderijen?” Koos: “Olga’s schilderijen en in de vriendschap Olga ook altijd weer zelf. Ik kon nooit iets zonder Olga, als het daarom gaat.” Henk: “Het is toch wel fantastisch dat we elkaar weer tegenkomen in het kersverse…” Henk: “Ja.” Koos: “Ja, kersverse allerlaatste sigaartje. Ja, tenminste als het om de horeca gaat.” Henk: “En dat je daardoor ook weer Olga tegenkomt.” Koos: “Ja, vind je hem niet prachtig?” (Kijkt naar wandschildering). Henk: “Ja, ik vind hem hartstikke mooi.” Koos: “Een hommage aan het einde van de luchtvaart, op de manier waarop men dat toendertijd deed. De Hindenburg, ’38 New York.” Henk: “Daarboven tegen het plafond”. Koos: “En het is nog niet eens… natuurlijk… Het is ook een hommage aan de sigaar als een genotsmiddel zoals we dat vroeger in zulke bedrijven mochten gebruiken. Dat is eigenlijk de reden, de sigaar ben je natuurlijk nooit… dat begrijp je waarschijnlijk wel. Maar, ja, ik… Het zit er…Was jij er niet. (Einde tape).”