Fragment 45 van 46 - 2483-0013301:34:26:00 - 01:37:08:00Take 2 We zijn hier in een tempelgebied van de Ploeg, de oude kunstenaarsvereniging in Groningen. En de omgeving is het Reitdiepdal. En daar in dat Reitdiepdal, hier, waar ik zi…
Take 2 We zijn hier in een tempelgebied van de Ploeg, de oude kunstenaarsvereniging in Groningen. En de omgeving is het Reitdiepdal. En daar in dat Reitdiepdal, hier, waar ik zit in café Hamming, in dat Reitdiepdal, daar schilderden die Ploegers. En daar in dat Reitdiepdal hebben zij eigenlijk het noorden van Groningen blootgelegd voor esthetische ervaring, voor onze schoonheidsbeleving. En wie waren dat: Jan Altink, Jan Wiegers, Johan Dijkstra, Jan Jordens, Jannes de Vries en Job Hansen. Er is een onvergetelijk verhaal van Job Hansen dat hij hier van die triplexplankjes zit te beschilderen, op zijn knieën in dat wijdse land, en dan komt er een boer en die zegt: Wat schilderst doe jong? En dan zegt Hansen: Ik schilder roemte. Ik schilder de ruimte. En die ruimte, die agrarische gebruiksruimte, hebben zij opengelegd voor ons. En die energie, die picturale energie, van de jaren twintig, dat was geweldig. Maar toen ik naar school ging, naar het Praediniusgymnasium in het begin van de jaren vijftig, toen was dat allemaal een beetje voorbij. En die Ploeg van vroeger, die kunstenaarsvereniging, die Werkman had voortgebracht en zoveel andere groten, maar vooral bovenalWerkman, het was net alsof met de dood van Werkman in 1945 die vernieuwingsdrift, die artistieke drijfveren eigenlijk een beetje weg waren, verdwenen waren. Het was een veel braver, onschuldiger gezelschap geworden. Op zichzelf niks mis mee, maar met een sterk behoudend karakter. Dat was niet alleen in Groningen zo. Overal in Nederland was een, laten we nou maar zeggen behoudend kunstklimaat. Of althans bijna overal. En dat kon je ook merken aan die discussie die in Nederland woedde van antimodernisten. Prange, Hai-hai en Rabarber. Een woedende, woedende oprisping tegen de beginnende Cobra-groep. Razend waren ze. En er werd gescholden op het modernisme op een manier die wij ons niet meer kunnen voorstellen.