Fragment 12 van 19 - 1110-0066200:05:49:23 - 00:06:38:11 Jongens, jongens, stil nou. Hij kan er ieder ogenblik aankomen. Je lacht wel zenuwachtig, Theo. Jan zal ons... Dat is toch waarschuwen, man, als hij op de hoek komt. Man, man, bli…
Jongens, jongens, stil nou. Hij kan er ieder ogenblik aankomen. Je lacht wel zenuwachtig, Theo. Jan zal ons... Dat is toch waarschuwen, man, als hij op de hoek komt. Man, man, blijf nou op je plaats staan. Hij moet zo tussen ons doorkomen lopen. Twee erehagen, net als in dienst. En dan roep jij zeker presenteert de keu. Stil nou. Jullie moeten die keu een beetje netjes vasthouden. Een beetje netjes vasthouden. Gelijk. Net zoals ik in dienst... Ja, maar ik ben afgekeurd, Theo. Zeg, Theo, ken je dat versje nou allemaal? Ach, ik spreek het wel van een brief. Liefie, man, wat hinder het nou. Je moet niet vals zingen, want dat houdt hij niet van. Hou je toch gedeist. Het is toch maar voor de aardigheid, jongens. Ja, maar Kees, jongens, kom. Ho, zijn we op de grond. Ja, ja, vlug, vlug. De keurecht presenteert de keu. Daar gaat hij, hoor. Ja, maar.