Dries Hendriks

Amateurcineast, animator, aanjager

Dries Hendriks, gedreven en getalenteerd amateurfilmer, schonk in 2008 zijn omvangrijke oeuvre bij het GAVA. Hij begon na de Tweede Wereldoorlog serieus met filmen en vervaardigde naar eigen zeggen tussen de vijftig en zestig films, waaronder animatiefilms zoals “De Appel”, waarvan de teksten werden gesproken door zijn vrouw Aafke (familie) speelfilms, genrefilms en animatiefilms zoals ‘De Zee en het Land’..

Als mede-oprichter, bestuurslid en later voorzitter speelde hij een prominente rol bij de Groninger Smalfilmers GSF en de Nederlandse Organisatie van Audiovisuele Amateurs (NOVA). Hij stond daarnaast aan de wieg van een aantal filmclubs in het noorden, zoals in Leeuwarden, Winschoten, Hoogeveen en Meppel.

De nu volgende uitgebreide biografie is geschreven door Frans Westra.

Andries Hendriks monteert een film, still uit AV5449

Andries Hendriks monteert een film, still uit AV5449

Afkomst

Andries Jan Hendriks, zoals hij eigenlijk heette, werd op 1 december 1920 in de stad Groningen geboren. Hij was een zoon van de Groningse koopman en fabrikant Jan Hendriks, die getrouwd was met Alie Hielkema. Bij hun huwelijk op 15 juli 1915 in Groningen werd het beroep van Jan Hendriks omschreven als boekhouder, terwijl moeder Aaltje Hielkema een dochter bleek te zijn van een tuinier. De bruid was 25 jaar en geboren in Groningen, de bruidegom 29 jaar en in 1886 geboren in Arnhem als zoon van Andries Hendriks (toen leerling machinist) en Christina Wester. Dit echtpaar huwde in 1881 in Bellingwolde, waarbij de bruid 37 jaar was en de bruidegom 32 jaar telde. Christina Wester was geboren in Vriescheloo en Andries Hendriks in Bellingwolde, van beroep smid. Diens vader was Jan Andries Hindriks, van beroep bode (bij andere gelegenheden werd hij koopman of winkelier genoemd) en gehuwd met Antje Wessels Schaveling. Alles duidt er op dat de familie Hindriks (zoals ze oorspronkelijk heette) afkomstig was uit Westerwolde.

Hendriks, geschilderd door zijn vrouw Aafke in 1940, still uit AV5449

Hendriks, geschilderd door zijn vrouw Aafke in 1940, still uit AV5449

Jeugd en opleiding

Dries Hendriks werd geboren aan de Tuinbouwstraat 90 en groeide op in de ouderlijke woning aan de Dillenburglaan in Groningen, waar hij vanaf 1925 woonde. Een zus met de naam Catharina Cristina was daar in 1918 geboren.

Hij had als schooljongen al veel belangstelling voor film en zag in de matinees in de bioscoop veel westerns en tekende filmstrips van cowboys en indianen.

Op zijn 16e of 17e levensjaar kreeg Dries de beschikking over het “roggebroodje” van zijn vader, een 8 millimeter filmcameraatje van het merk Kodak, dat sinds 1932 in de handel was. Met deze camera maakte hij in 1937 zijn eerste ‘echte’ film over zijn speelgoedtreinen met als titel “Oproer in speelgoedstad”. De filmbeelden die hij schoot van een reis met de padvinderij naar Denemarken in 1939 (op de fiets!) resulteerden in een film die hij “Kopenhagen” noemde.

Hij verloofde zich met Aafke Vegter, volgens eigen zeggen in 1945, en het huwelijk vond plaats te Groningen in de week van 24 t/m 31 mei 1946. Zij hadden elkaar leren kennen op de Kunstnijverheidsschool in Groningen, waar beiden eind juli 1939 werden toegelaten tot het eerste studiejaar van de afdeling tekenen en kunstnijverheid. Er werden in totaal vijf leerlingen toegelaten onder wie A.J. Hendriks (uit Groningen) en ‘mej. A. Vegter’ uit Haren. In 1940 werden zij bevorderd naar het tweede jaar. Hendriks had zich eerder al bekwaamd in het tekenen, want hij volgde ook een avondcursus modeltekenen. Op 18 maart 1939 verscheen er een tekening van hem in de rubriek “onze teekenende schrijvers” in het Nieuwsblad van het Noorden. Ook in februari 1939 had een tekening van hem de krant al gehaald. Hendriks behaalde de akte lager onderwijs ‘hand en rechtlijnig tekenen’ en adverteerde in 1941 met lessen aan huis in het tekenen bij zijn ouders aan de Dillenburglaan. Hij had het plan gehad met Aafke naar Parijs te gaan om meer kunstonderwijs te volgen, maar de oorlog gooide roet in het eten. Hij kwam op de loonlijst van het bedrijf van zijn vader zodat hij niet in Duitsland hoefde te gaan werken. In 1942 volgde hij een avondcursus bedrijfsmanagement die hem in zijn verdere leven goed van pas zou komen.

Zakelijk leven

De vader van Dries Hendriks was directeur van de firma Oskar Keip N.V., in 1919 opgericht, aanvankelijk groothandel in elektrotechnische artikelen en nettenbouw, later ook in radio- en televisieapparatuur. Het bedrijf was gevestigd aanvankelijk gevestigd aan de Turftorenstraat, later aan de Lutkenieuwstraat en tenslotte aan de Rouaanstraat, waar Dries Hendriks – inmiddels al een hele tijd directeur – in 1969 de nieuwbouwplannen voor het bedrijf kon presenteren. Deze nieuwbouw was in 1972 gereed.
In 1961 had Hendriks een primeur met de eerste noordelijke zakenvlucht ooit. In 12 uur tijds werd er door de vijf directieleden uit Groningen heen en weer gevlogen naar Malmö en daar vergaderd, uiteraard op zijn initiatief.

De firma KEIP stond tussen 1950 en 1983 onder zijn leiding, tot hij in dat laatste jaar het faillissement van de onderneming aanvroeg. Er volgde een beperkte doorstart in een andere rechtspersoon onder leiding van zoon Robbert Hendriks.
Dries Hendriks was 65 jaar lid van de “Vereeniging van Handelaren anno 1847”. In 1958 werd hij tweede secretaris van het bestuur van deze vereniging, later voorzitter en erelid.

Dries Hendriks. still uit AV5449

Dries Hendriks. still uit AV5449

Groninger Smalfilmers (GSF)

In 1947 werd Dries Hendriks lid van de Groninger Smalfilmers (GSF) en ook al spoedig (1949) secretaris van het bestuur. Hij gold als een vernieuwer en drijvende kracht binnen de GSF. In 1949 bezocht hij het NOVA-congres (Nederlandse Organisatie van Amateur filmclubs) en wist in 1950 voor elkaar te krijgen dat de GSF zich daarbij aansloot, omdat de GSF anders te regionalistisch en geïsoleerd zou blijven.

De Draaikop

Als secretaris gaf hij vorm aan de convocaties voor de maandelijkse filmavonden die in 1952 werden omgezet in een eigen orgaan: ‘De Draaikop. Contactorgaan van de Groninger Smalfilmers’. Er was een redactie van drie leden, maar hij schreef zelf het blad grotendeels vol. In het orgaan van de NOVA, het Veerwerk, deed hij oproepen om meer filmclubs in het Noorden op te richten. Dit leidde tot de oprichting van smalfilmclubs in Winschoten, Leeuwarden, Hoogeveen, Veendam, Heerenveen, Harlingen en Meppel en Assen. Hij stond ook aan de wieg van de afdeling Noord van de NOVA die in 1960 officiële status kreeg. Een poging van Hendriks om van De Draaikop het districtsorgaan van NOVA-noord te maken, strandde toen de Friese clubs hier niet voor bleken te voelen.

In 1956 organiseerde de Groninger Onderwijs Film Centrale (GOFC) een cursus filmvorming gevolgd door enige filmavonden. Namens de Groninger Smalfilmers vertoonde Hendriks op de eerste daarvan in de Klaas de Vriesschool aan de Boteringesingel diverse films, waaronder de bekende film “Nightmail”, maar ook Nederlandse films van Kees Stip en Max de Haas. In het bijzonder vroeg Hendriks aandacht voor de films van Norman McLaren, door wie hij zelf sterk geïnspireerd zou worden.

In maart 1958 verzorgde hij weer een filmavond voor de GOFC, waarbij hij onder andere eigen filmwerk liet zien zoals “De appel” en “De zee en het land”. De hoogleraar Nieuwenhuis, voorzitter van de GOFC merkte naar aanleiding van de laatste film op dat de grens tussen amateur- en beroepsfilmer hier niet meer te trekken viel, een groot compliment voor Hendriks.

Tussen 1960 en 1963 keerde Dries Hendriks zich in De Draaikop voortdurend tegen de geringe aandacht in de kranten voor bij voorbeeld de NOVA-congressen en de daar vertoonde films. Ook in het blad Smalfilm, maandblad voor amateurfilmers, stelde hij deze problematiek aan de orde. Toen hij in 1961 enthousiast begon te schrijven over de films van de Nouvelle Vague, die in Groningen te bewonderen vielen in de zojuist geopende Studio-bioscoop aan het Hereplein, ondervond hij van zijn collega-amateurfilmers weinig bijval. Daar waar hij open stond voor de nieuwe technieken, waren zijn collega’s er niet van gediend. Hij concludeerde: “de starre en vaak schoolse techniek van de amateur kan echt nog wel wat ‘lossigheid’ gebruiken”.

In 1963 kwam er een einde aan de werkzaamheden van Hendriks voor De Draaikop als hoofdredacteur omdat hij meer tijd aan filmen wilde besteden.

Overigens trok hij het belang van de GSF niet in twijfel. Het was in zijn ogen een educatieve vereniging voor filmers met de bijbehorende feestelijkheden

De GSF gaf vanaf 1965 maandelijkse filmavonden in bejaardentehuizen. Als ambitieuze amateurfilmer had hij toch bedenkingen bij filmvoorstellingen voor niet-amateurfilmers. Het ging immers doorgaans om een niet-kritisch publiek, waaraan de filmer zich niet kon optrekken of er iets van leren. Hendriks wist wel waar hij het over had want hij was één van de weinigen die boven het gemiddelde uitsteeg. Zijn zeer succesvolle film “De zee en het land” was een verfilming van het gedicht ‘Overstroming’ van Willem Johan van der Molen, dat in 1954 in De Gids was gepubliceerd. Het was een zeer zware opgave. De bewegingen in de film ontstonden door het gebruik van knipsels en sjablonen. Het kostte Hendriks anderhalf jaar. Hoewel hij veel waardering ondervond binnen de smalfilmwereld, stak het hem dat de pers zo weinig aandacht besteedde aan deze films.

Bij het 30-jarig bestaan van de Groninger Smalfilmers dat in september 1976 gevierd werd met een 3-daags programma in cultuurcentrum de Oosterpoort noemde Hendriks het vervaardigen van films in teamverband van groot belang bij het produceren daarvan en onderstreepte hij nogmaals het belang van de sociale functie van de club. Hendriks schreef de GSF-jubileumfolder “30 jaar niet-professionele film”.

Na zijn vertrek naar Italië deed hij in 1983 en 1985 nog twee keer mee met een inzending voor het NOVA-congres. Daarna werd het rustiger rondom Hendriks, hoewel hij zijn filmactiviteiten niet staakte.
In de periode 1990-1994 werkte hij aan de animatiefilm “Molto Bello” volgens een nieuw procédé. Hij won met deze film de 2e prijs op een filmfestival in Oostenrijk.

Oproer in Speelgoedstad (AV4104)

NOVA (Nederlandse Organisatie van Amateur filmclubs)

Tijdens het NOVA-congres in Bergen in 1956 won Hendriks in de hoofdklasse als 8 millimeter film de eerste prijs met zijn film “De zee en het land”, zijn favoriete film. Hij kreeg ook nog een eervolle vermelding voor zijn film “Demonstratie-eenheid” en won de NOVA-wisselbeker.

Ook in 1958 won Hendriks op het jaarlijks congres van de NOVA in Haarlem weer de eerste plaats met de film “Diedeldiedol”, een direct op celluloid getekende animatiefilm, en verwierf hij wederom de wisselbeker.

Van 1958 tot 1970 was Hendriks van de NOVA, vanaf 1963 vice-voorzitter.

Op 1 januari 1960 stond Hendriks op het podium van de Stadsschouwburg aan het einde van de Nieuwjaarsvoorstelling “Seinen op rood” waarvoor hij een filmpje had gemaakt dat onderdeel vormde van de voorstelling.

Op de bijeenkomst van NOVA-Noord in Veenlust in Veendam in 1961 won Hendriks twee prijzen. “Saint Tropez et la nouvelle vague” eindigde op de tweede plaats en met “Omstreeks middernacht” won hij afgetekend de 1e prijs.
Op het NOVA-congres te Lochem in 1961 verwierf Hendriks met zijn 16mm film “Omstreeks middernacht” de eerste prijs en de wisselbeker. Ook scoorde hij in de sectie documentaire met “Saint Tropez et la nouvelle vague” een tweede prijs. In 1963 won hij op het Beneluxfilmfestival met zijn animatiefilm “Colofoon” in Antwerpen de Signaalprijs voor de beste animatiefilm.

In 1968 leverde Hendriks een bijzondere inbreng aan de galavoorstellling van de musical “Abraham” van de Groningse Dalton-HBS in de Stadsschouwburg. In de musical werd gebruikt gemaakt van filmmateriaal van Hendriks.

Dries en Aafke, still uit AV5449

Dries en Aafke, still uit AV5449

Familieleven

Een dochter met de naam Anja Alide (roepnaam Jolijntje) werd in Huize Tavenier geboren in oktober 1952. Daarvoor waren de zoons Robbert en Erik al geboren. Het gezin was toen woonachtig aan de Grote Leliestraat 139a. Dries Hendriks was toen bedrijfsleider inde onderneming van zijn vader.  In 1953 werd er naar Haren verhuisd waar een woning werd betrokken aan Emmalaan 24, waar in 1954 de jongste zoon Jan Herman werd geboren. De familie Hendriks zou er dertig jaar blijven wonen.

Vader Jan Hendriks overleed 30 juni 1961 in Groningen, moeder Aaltje overleed in 1972. Het was het jaar waarin Dries, volgens eigen zeggen, een huis bouwde in Italië in de plaats Boissano, provincie Savona. In 1983 zouden Dries en Aafke zich hier metterwoon vestigen, na hun huis in Haren verkocht te hebben. Bijna twintig jaar zouden ze hier wonen, waarna werd teruggekeerd naar de stad Groningen, omdat Aafke vanaf 1996 was gediagnosticeerd met beginnende ziekte van Alzheimer. Dries Hendriks overleed op 3 januari 2012, kort daarop gevolgd door zijn echtgenote. Hij verzorgde zijn echtgenote thuis op liefdevolle wijze en wijdde zich tot op hoge leeftijd aan de schilderkunst.

Besluit

In november 2002verscheen de naam van Dries Hendriks nog een keer in de krant. Hij had meegedaan aan een wedstrijd in een huis-aan-huis verspreide krant over de vraag of aan de oostkant van de Grote Markt een museum of een theater moest verrijzen en kreeg nog een eervolle vermelding voor zijn invulling van een cartoon. Gezien zijn tekeningen in het Nieuwsblad van het Noorden in 1939, was op dit vlak de cirkel ook rond.

In 2008 schonk Hendriks het Gronings AudioVisueel Archief meer dan honderd films die hij vervaardigde in de periode 1936-1990 en op deze manier behouden zullen blijven voor het nageslacht.

Bronnen

Filmografie